Gezag en voogdij, bijzonder curator

Gehuwde ouders zijn automatisch belast met het gezag over de uit hun huwelijk geboren kinderen (artikel 1:245 BW). Na het huwelijk blijft het gezag in stand, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om uitsluitend één ouder met het gezag te belasten (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding d.d. 1 maart 2009, Stbl 2008, 500). De wet (art.1:251 a lid 1 BW) noemt als criteria voor het aan één der ouders toekennen van het eenhoofdig gezag:

er moet een onaanvaardbaar risico zijn dat het kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en het is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare termijn verandering komt;
de wijziging van het gezag is anderszins in het belang van het kind noodzakelijk.
Uit de rechterlijke uitspraken over dit onderwerp blijkt dat een verzoek om eenhoofdig gezag, zeker na de invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap, niet snel wordt gehonoreerd.

Aangenomen mag worden dat door adoptie gezamenlijk gezag ontstaat.

Een ouder kan ook met een ander dan de andere ouder gezag uitoefenen op grond van artikel 1:253 t BW, als die ander in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat.

Ook ouders die niet zijn gehuwd en geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, kunnen gezamenlijk gezag over hun kinderen hebben op grond van artikel 1:252 BW. Een eenvoudig formulier invullen dat via internet te verkrijgen is en het indienen van dit formulier bij het gezagsregister, is daarvoor voldoende.

Voogdij kan worden uitgeoefend door een voogd of door twee voogden gezamenlijk. De term is gereserveerd voor anderen dan ouders. Voogdij ontstaat door een beslissing van de rechter, door een testamentaire voorziening of door het overlijden van de met het gezag belaste ouder die met een ander (dan de andere ouder) het gezag uitoefende.

Ook al wordt in een testament bepaald dat er bij overlijden van bijvoorbeeld moeder een ander voogd wordt, na echtscheiding behoudt de andere ouder die voorheen het gezag had dit gezag en oefent het voortaan alleen uit.

Voor 1995 sprak men van ouderlijke macht in plaats van gezag. De ouderlijke macht eindigde dan door echtscheiding en de verzorgende ouder werd voogd en de andere ouder werd toeziend voogd.

Op grond van art. 1:253a BW kan aan de rechtbank worden verzocht om een uitspraak te doen over de geschillen tussen ouders die samen met het gezag zijn belast.

Met name over de vraag of één van de ouders zonder toestemming van de andere ouder met de minderjarige mag verhuizen binnen of buiten Nederland is de laatste jaren een stroom van rechterlijk uitspraken afgegeven.

Bijzonder curator

Als er een conflict is tussen een kind en degene die het gezag uitoefent, kan de rechter een bijzonder curator benoemen om de belangen van het kind te behartigen. Een kind wordt immers in rechte door degene die het gezag over hem heeft, vertegenwoordigd. Een bijzonder curator wordt steeds benoemd als het gaat om ontkenning vaderschap, waarbij een tegenstrijdig belang tussen ouder en kind kan bestaan. Het kan immers het belang van een kind zijn dat het een juridische vader behoudt.

De bijzonder curator heeft een bemiddelende rol. Er gaan stemmen op vaker een bijzonder curator te benoemen na echtscheidingen, waarin de ouders elkaar bevechten en de kinderen klem komen te zitten.

Marion Drielsma en Annette van Keulen bekwamen zich om als bijzonder curator te kunnen optreden.