Enter your keyword

Nieuwe Huwelijksvermogensrecht verordening

Nieuwe Huwelijksvermogensrecht verordening

Nieuwe Huwelijksvermogensrecht verordening

Er treedt een nieuwe huwelijksvermogensrechtverordening in werking per 29 januari 2019. Dat heeft gevolgen voor een echtscheiding die grensoverschrijdend is. Bij een internationale echtscheiding spelen nogal wat problemen. Wat is een internationale echtscheiding? Dat kan zijn een echtscheiding waarbij beide partijen dan wel één van hen een andere nationaliteit heeft óf een andere gewone verblijfplaats buiten Nederland. Soms ontstaan problemen rondom de erkenning van een Nederlandse echtscheidingsbeslissing, alimentatiebeslissing of een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid.

In voorkomende gevallen schakelen wij het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) in, dat dit jaar 100 jaar bestaat. Op hun website kunt u lezen waarover zij adviseren: https://www.iji.nl/nl/

Rechtsmacht

De huwelijksvermogensrechtverordening bevat regels ten aanzien van de rechtsmacht van de rechter. Deze verordening heeft voorrang op de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en treedt ook in de plaats van een zeer oud verdrag tussen Nederland en België, het Nederlands Belgisch Executieverdrag 1925. Tussen de lidstaten van de EU heeft de verordening voorrang, zo blijkt uit artikel 62 lid 2 van de huwelijksvermogensverordening. De vorderingen op het vlak van internationaal huwelijksvermogensrecht die na 29 januari 2019 worden ingesteld, vallen onder de verordening. Als de vordering al vóór die datum is ingesteld dan wordt de bevoegdheid van de rechter aan de hand van artikel 1 t/m 14 Burgerlijke Rechtsvordering getoetst. De verordening geldt voor wat betreft de rechtsmachtregels (welke rechter is bevoegd om van de vordering kennis te nemen) ook voor huwelijken van vóór 29 januari 2019.

Welk recht is van toepassing?

Daarmee is natuurlijk nog niet de vraag beantwoord welk huwelijksvermogensrecht wordt toegepast. Om vast te kunnen stellen welk recht toepasselijk is, wordt wel een zogenaamde conflictregelkalender gehanteerd. Er is een oud verdrag uit 1905, het Haags Huwelijksgevolgenverdrag en één door de Hoge Raad geformuleerde conflictregel in het zogenaamde Chelouche/ Van Leer arrest uit 1976.

Er is een Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en titel 3.3 van Boek 10 BW en er is dus nu de Huwelijksvermogensrechtverordening. In de verschillende regelingen worden gedeeltelijk andere factoren gebruikt die bepalen of Nederlands recht van toepassing is. Steeds is het tijdstip van het huwelijk óf het tijdstip waarin gekozen werd voor een bepaald huwelijksvermogensrecht, maatgevend voor de vraag welk recht moet worden toegepast. Let wel, dat oude regels nog steeds van belang blijven voor de afwikkeling van huwelijken van oudere datum.

Rechtskeuze

In het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 dat in werking trad op 1 september 1992, werd het zogenaamde “wagonstelsel” ingesteld. Dat betekende dat na een verblijf van 10 jaar in Nederland, zonder het uitbrengen van een geldige rechtskeuze, partijen ineens in gemeenschap van goederen waren gehuwd. Als al een rechtskeuze was uitgebracht vóór het huwelijk, dan blijft die en dat recht gelden. Een rechtskeuze die tijdens het huwelijk door de echtgenoten wordt uitgebracht, is van toepassing op hun hele vermogen en werkt als ware terug tot het moment van de huwelijkssluiting. Als er ná 1 januari 2018 is gekozen voor het sinds dat moment geldende Nederlandse wettelijke regime – de beperkte gemeenschap van goederen – dan wordt dit regime geacht vanaf het moment van de huwelijkssluiting te hebben gegolden. Een stilzwijgende rechtskeuze is niet mogelijk.

Als de rechtskeuze vóór 1 januari 2018 is gemaakt, geldt het oude huwelijksvermogensrecht dat gold tot 1 januari 2018) en betekent dit dat partijen volledig in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Dat betekent dat ook erfenissen en schenkingen dan, tenzij er een uitsluitingsclausule is, in de gemeenschap van goederen valt, hetgeen ná 1 januari 2018 niet meer het geval is.

Gewone verblijfplaats na huwelijk

Vaak is het van belang voor de vaststelling van toepasselijk recht van belang waar echtgenoten hun eerste gewone verblijfplaats na de huwelijkssluiting hebben. Vooral als zij niet over een gemeenschappelijke nationaliteit beschikken. Als zij niet over dezelfde nationaliteit beschikken en ook niet op dezelfde plek zijn gaan wonen direct na het huwelijk, dan wordt gekeken op grond van artikel 4 lid 3 van het Haags Huwelijksverdrag 1978 met welk land (recht van het land) het huwelijksvermogensregime alle omstandigheden in aanmerking genomen, het meest is verbonden.

Uit deze opsomming wordt wel duidelijk hoe ingewikkeld het internationaal privaatrecht op het gebied van echtscheiding is, want in het kader van dit stukje is de behandeling van partneralimentatie, kinderalimentatie en het ouderlijk gezag en pensioenverevening buiten beschouwing gebleven. Daarover op een ander tijdstip meer.

Heeft u vragen over het bovenstaande of over een ander onderwerp? U kunt ons bellen op 070-3154000, of mailen op secretariaat@chambersadvocaten.nl.